Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer]
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende persoon geboren in 2004, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen omdat Kroatië op grond van artikel 18 van Pro de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de beoordeling van zijn aanvraag, wat bevestigd is door de aanvaarding van het terugnameverzoek door Kroatië.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer van toepassing zou zijn vanwege negatieve ervaringen in Kroatië, waaronder mishandeling en beperkte toegang tot gezondheidszorg, ondersteund door rapporten van Dokters van de Wereld, Human Rights Watch en het AIDA-rapport. De rechtbank verwijst naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 13 september 2023, waarin het vertrouwensbeginsel voor Kroatië is bevestigd en geen aanwijzingen zijn dat Dublinclaimanten te maken hebben met pushbacks.
De rechtbank oordeelt dat de aangevoerde stukken niet specifiek zien op de situatie van Dublinclaimanten en dat het feit dat Kroatië het terugnameverzoek heeft geaccepteerd, het vertrouwensbeginsel bevestigt. Omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat bij overdracht een schending van artikel 4 van Pro het Handvest dreigt, is het besluit tot niet in behandeling nemen terecht genomen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is.