ECLI:NL:RVS:2024:3626
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake terugkeer vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde bij besluit van 21 juni 2024 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd buiten behandeling en bepaalde dat hij Nederland onmiddellijk moest verlaten.
De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 8 augustus 2024 het terugkeerbesluit vernietigde. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden afgewezen omdat er geen spoedeisend belang is, aangezien de rechtbank de minister niet heeft opgedragen binnen een bepaalde termijn een nieuw besluit te nemen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.