ECLI:NL:RVS:2024:3629
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
De minister heeft op 30 juli 2024 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 23 augustus 2024 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het hoger beroep nader onderzoek vereist, mede gelet op de situatie rondom opvangvoorzieningen en het risico op pushbacks in Kroatië, waar deze procedure zich niet goed voor leent. Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen om te voorkomen dat de vreemdeling wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, een bedrag van € 875,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 6 september 2024 door voorzieningenrechter B. Meijer.
Uitkomst: De vreemdeling wordt voorlopig niet overgedragen en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.