ECLI:NL:RVS:2024:3651
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel na herzieningsverzoek
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 25 september 2023 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard op 12 februari 2024. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep op 11 juli 2024 niet-ontvankelijk omdat de vreemdeling met onbekende bestemming was vertrokken en geen contact meer had met zijn gemachtigde. De vreemdeling verzocht om herziening van deze uitspraak op grond van een tweede brief van zijn gemachtigde waarin werd gesteld dat hij nog in Nederland verbleef.
De Afdeling oordeelde echter dat deze brief geen nieuw feit of omstandigheid bevatte die herziening rechtvaardigde, maar verklaarde de eerdere uitspraak vervallen en beoordeelde het hoger beroep inhoudelijk. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard omdat het geen nieuwe rechtsvragen bevatte die afwijken van eerdere rechtspraak over de situatie in Italië voor statushouders.
De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden. Het verzoek om herziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van zijn aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.