ECLI:NL:RVS:2024:740
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- J.Th. Drop
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrond verklaring hoger beroep in asielzaak over verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 7 april 2022 een asielaanvraag van een vreemdeling niet-ontvankelijk omdat Italië internationale bescherming aan hem had verleend. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat de brief van de Italiaanse autoriteiten onvoldoende duidelijkheid gaf over de actuele beschermingsstatus. Volgens vaste jurisprudentie eindigt een internationale-beschermingsstatus alleen na een individuele beoordeling en expliciete intrekking door de lidstaat, wat hier niet was gebeurd.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en beoordeelde het beroep zelf. De vreemdeling voerde aan dat terugkeer naar Italië in strijd zou zijn met mensenrechten vanwege zijn situatie daar, maar dit werd niet onderbouwd en faalde. Ook het standpunt dat hij onvoldoende band met Italië zou hebben werd verworpen.
Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en de staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden. De Afdeling bevestigde daarmee de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.