ECLI:NL:RVS:2024:3663

Raad van State

Datum uitspraak
11 september 2024
Publicatiedatum
11 september 2024
Zaaknummer
202401146/2/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening schorsing uitspraak rechtbank inzake niet tijdig besluit asielaanvraag

De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep gegrond en legde een dwangsom op aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid indien de beslissing niet binnen acht weken na het eerste gehoor werd genomen.

De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De minister van Asiel en Migratie verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, waarmee de uitspraak van de rechtbank geschorst zou worden gedurende het hoger beroep.

De voorzieningenrechter overwoog de belangen van beide partijen en de actuele problemen in de beslispraktijk. Ondanks dat de minister inmiddels een besluit op de aanvraag had genomen binnen de gestelde termijn, werd de voorlopige voorziening toegewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de uitspraak van de rechtbank Den Haag over het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag gedurende het hoger beroep.

Uitspraak

202401146/2/V1.
Datum uitspraak: 11 september 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 24 januari 2024 in zaak nr. NL23.29412 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de minister.
Procesverloop
De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.
Bij uitspraak van 24 januari 2024 heeft de rechtbank dat beroep gegrond verklaard, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid opgedragen om binnen acht weken na het eerste gehoor een besluit op de asielaanvraag te nemen en bepaald dat de staatssecretaris aan de vreemdeling een dwangsom verbeurt van € 100,00 voor elke dag, waarmee hij die termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,00.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.
De minister heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.       De minister verzoekt de voorzieningenrechter om hangende het hoger beroep de voorlopige voorziening te treffen dat de uitspraak van de rechtbank wordt geschorst.
2.       Gelet op de belangen die de minister en de vreemdeling naar voren hebben gebracht en gelet op de huidige problemen in de beslispraktijk (vgl. de uitspraak van de Afdeling van 10 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2829, onder 23) treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening. Dat de minister binnen de door de rechtbank daarvoor gestelde termijn inmiddels een besluit op de aanvraag heeft genomen, leidt niet tot een ander oordeel.
3.       Het verzoek wordt toegewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
schorst bij wijze van voorlopige voorziening de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 24 januari 2024 in zaak nr. NL23.29412.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.T. Gazai, griffier.
w.g. De Poorter
voorzieningenrechter
w.g. Gazai
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 11 september 2024
966