ECLI:NL:RVS:2024:2829
Raad van State
- Prejudicieel verzoek
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over verlenging beslistermijn asielverzoeken volgens Procedurerichtlijn
De zaak betreft een geschil over de rechtmatigheid van de verlenging van de beslistermijn voor asielaanvragen in Nederland. De vreemdeling diende op 17 februari 2023 een asielverzoek in, waarop de staatssecretaris niet binnen zes maanden besloot. De vreemdeling stelde de staatssecretaris in gebreke en startte een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk, omdat de beslistermijn volgens de rechtbank rechtmatig met negen maanden was verlengd.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen het oordeel van de rechtbank dat de verlenging niet voor alle asielverzoeken in 2023 mocht gelden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële vragen te beantwoorden over de uitleg van artikel 31, derde lid, derde volzin en onder b, van de Procedurerichtlijn, met name over de mogelijkheid en voorwaarden van achtereenvolgende verlengingen van de beslistermijn.
De Afdeling benadrukt dat de situatie van structureel hoge aantallen asielverzoeken en beperkte besliscapaciteit leidt tot langdurige verlengingen, wat vragen oproept over de naleving van de Procedurerichtlijn en de bescherming van grondrechten van vreemdelingen. De behandeling van het hoger beroep wordt geschorst totdat het Hof uitspraak doet. Tevens is een voorlopige voorziening getroffen die de uitspraak van de rechtbank schorst.
Uitkomst: De behandeling van het hoger beroep is geschorst en prejudiciële vragen zijn gesteld aan het Hof van Justitie over de verlenging van de beslistermijn voor asielaanvragen.