ECLI:NL:RVS:2024:3675

Raad van State

Datum uitspraak
11 september 2024
Publicatiedatum
11 september 2024
Zaaknummer
202402227/2/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel

Een vreemdeling had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank Den Haag had dit beroep gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit gelijkgesteld aan een besluit, dat werd vernietigd. Tevens werd de staatssecretaris opgedragen binnen zestien weken alsnog een besluit te nemen en werd een dwangsom opgelegd voor overschrijding van deze termijn.

De minister van Asiel en Migratie stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de uitspraak van de rechtbank te schorsen gedurende het hoger beroep. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie op dit verzoek.

De voorzieningenrechter overwoog de belangen van beide partijen en de actuele problemen in de beslispraktijk en besloot de voorlopige voorziening toe te wijzen. Hierdoor wordt de uitspraak van de rechtbank geschorst totdat het hoger beroep is beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank Den Haag wordt geschorst bij wijze van voorlopige voorziening.

Uitspraak

202402227/2/V1.
Datum uitspraak: 11 september 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 13 maart 2024 in zaak nr. NL23.23622 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de minister.
Procesverloop
De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.
Bij uitspraak van 13 maart 2024 heeft de rechtbank dat beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van de vreemdeling vernietigd, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid opgedragen om binnen zestien weken na de dag van verzending van de uitspraak alsnog een besluit op deze aanvraag te nemen en bepaald dat de staatssecretaris aan de vreemdeling een dwangsom verbeurt van € 100,00 voor elke dag, waarmee hij die termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,00.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.
De minister heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.       De minister verzoekt de voorzieningenrechter om hangende het hoger beroep de voorlopige voorziening te treffen dat de uitspraak van de rechtbank wordt geschorst.
2.       Gelet op de belangen die de minister en de vreemdeling naar voren hebben gebracht en gelet op de huidige problemen in de beslispraktijk (vgl. de uitspraak van de Afdeling van 10 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2829, onder 23) treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.
3.       Het verzoek wordt toegewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
schorst bij wijze van voorlopige voorziening de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 13 maart 2024 in zaak nr. NL23.23622.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.T. Gazai, griffier.
w.g. De Poorter
voorzieningenrechter
w.g. Gazai
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 11 september 2024
966