ECLI:NL:RVS:2024:3681
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken voorlopige voorziening in handhaving varkensstal zonder natuurvergunning
Deze zaak betreft een langdurig handhavingstraject tegen een varkensstal geëxploiteerd zonder natuurvergunning door een partij in Reeuwijk. MOB heeft sinds 2014 herhaaldelijk verzocht om handhavend op te treden wegens overtreding van de Natuurbeschermingswet 1998. Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland heeft aanvankelijk een last onder dwangsom opgelegd, maar later het handhavingsverzoek afgewezen. Diverse besluiten van het college zijn vernietigd door bestuursrechters, waarna het college nieuwe besluiten nam die ook werden aangevochten.
MOB verzocht de voorzieningenrechter om de exploitatie van de varkensstal stil te leggen of het college te verplichten tot handhavend optreden. Het college verzocht om schorsing van de opdracht tot het nemen van een nieuw besluit op bezwaar, in afwachting van hoger beroep. De voorzieningenrechter oordeelt dat het niet mogelijk is om het college bij voorlopige voorziening te verplichten tot handhaving, omdat dit te verstrekkend is en de belangenafweging primair aan het college toekomt.
Het verzoek van het college om schorsing wordt afgewezen omdat onvoldoende is gemotiveerd dat onomkeerbare gevolgen zouden ontstaan. De rechtbank heeft de belangenafweging van het college als gebrekkig beoordeeld, maar verplicht handhaving niet. De voorzieningenrechter wijst beide verzoeken af en veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten van MOB.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van MOB.