ECLI:NL:RVS:2024:3689
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 25 mei 2023 een aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd opnieuw afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 2 augustus 2024 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist. De vreemdeling heeft een schriftelijke reactie gegeven.
De voorzieningenrechter overweegt dat de minister binnen zes maanden na de uitspraak van 2 augustus 2024 een nieuw besluit moet nemen en dat er geen spoedeisend belang is om de voorlopige voorziening toe te kennen. Daarom wordt het verzoek afgewezen en wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 875,00 die door de vreemdeling zijn gemaakt voor rechtsbijstand.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.