ECLI:NL:RVS:2024:369
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens eigen aandeel slachtoffer
De zaak betreft een hoger beroep van een appellant die een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven had aangevraagd na een poging tot doodslag waarbij hij slachtoffer werd. De aanvraag werd door de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) afgewezen wegens een eigen aandeel van de appellant in het geweld.
De feiten betreffen een langdurig conflict tussen appellant en een andere persoon in hetzelfde flatgebouw. Op 6 juli 2021 vond een confrontatie plaats waarbij beide partijen bedreigingen uitten. Kort daarna ging appellant bewapend met een buigijzer en mes naar de woning van de ander en sloeg ruiten in, waarna hij werd gestoken. De strafrechter oordeelde dat de ander werd ontslagen van rechtsvervolging wegens noodweerexces.
De CSG en rechtbank oordeelden dat appellant als eerste geweld gebruikte en daardoor geen recht heeft op een uitkering. De Raad van State bevestigt dit oordeel, wijzend op het vonnis van de strafrechter en het feit dat appellant zichzelf onnodig in een situatie bracht waarin hij geweld moest verwachten. Het letsel was niet ernstig genoeg voor een gedeeltelijke uitkering. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de uitkering bevestigd wegens eigen aandeel van het slachtoffer.