ECLI:NL:RVS:2021:2894
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens eigen aandeel in geweldsmisdrijf
Appellant deed op 11 september 2018 een aanvraag voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven naar aanleiding van mishandeling, bedreiging en gijzeling in zijn woning op 13 juni 2018, waarbij hij psychisch letsel opliep. De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) wees de aanvraag af omdat appellant een eigen aandeel had in de aanleiding van het geweld, door zich bewust in het criminele harddrugsmilieu te begeven.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Afdeling oordeelde dat appellant ondanks zijn stelling zich niet had gedistantieerd van personen die in cocaïnehandel zaten en zich daarmee onnodig in een situatie bracht waarin hij geweld kon verwachten.
De CSG had op grond van beleidsregels en de Wet schadefonds geweldsmisdrijven de beoordelingsruimte om de aanvraag af te wijzen vanwege het eigen aandeel van appellant. De Afdeling vond geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen en benadrukte dat het fonds een solidariteitsuitkering is gefinancierd uit gemeenschapsgeld, die niet passend is als het slachtoffer zelf bijdraagt aan het geweld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De CSG hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de uitkering wegens eigen aandeel van appellant in het geweldsmisdrijf.