ECLI:NL:RVS:2024:3690
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen vernietiging besluit mvv door rechtbank
De minister van Asiel en Migratie verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag die het besluit tot afwijzing van een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) vernietigde. De rechtbank had geoordeeld dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar moest nemen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de uitspraak van de rechtbank niet strekt tot het verlenen van de mvv en dat uitvoering van de uitspraak geen onherstelbare gevolgen heeft. Tevens had de minister onvoldoende concreet gemaakt waarom uitvoering een onevenredige inspanning zou vergen.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die beroepsmatige rechtsbijstand had ingeschakeld.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.