ECLI:NL:RVS:2024:3698
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 12 april 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd opnieuw afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 27 augustus 2024 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling heeft het hoger beroep inhoudelijk beoordeeld en concludeert dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen.
Omdat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, is verdere motivering niet vereist. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.