ECLI:NL:RVS:2024:3733
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie heeft op 15 juli 2024 besloten om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 4 september 2024 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat het hoger beroep nader onderzoek vereist, mede gelet op een recente zaak over opvangvoorzieningen en het risico op pushbacks in Kroatië, waardoor de procedure voor een voorlopige voorziening niet geschikt is voor een volledige beoordeling. Daarom is besloten een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter bepaalt dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 875,00, toe te rekenen aan rechtsbijstand verleend door een derde. De uitspraak is gedaan op 17 september 2024.
Uitkomst: De vreemdeling wordt beschermd tegen uitzetting totdat op het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.