Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Turkse nationaliteit, diende op 28 januari 2024 een asielaanvraag in die niet in behandeling werd genomen door de minister van Asiel en Migratie. Dit omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de asielprocedure, gelet op eerdere aanvraag van eiser in Kroatië en de acceptatie van het terugnameverzoek door Kroatische autoriteiten op 28 maart 2024.
Eiser betwist de verantwoordelijkheid van Kroatië en voert aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt vanwege risico op pushbacks en slechte behandeling in Kroatië. Hij verwijst naar eerdere uitspraken en stelt dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening toegepast had moeten worden.
De rechtbank oordeelt dat Kroatië de verantwoordelijkheid heeft aanvaard en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is, zoals bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Ook zijn beweringen over slechte opvang en fundamentele systeemfouten worden niet ondersteund door feiten of recente rapportages.
De rechtbank ziet geen reden om artikel 17 toe Pro te passen, omdat eiser zijn verklaringen onvoldoende heeft onderbouwd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.