ECLI:NL:RVS:2024:3789
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure nam de minister op 18 januari 2024 alsnog een besluit en verleende de verblijfsvergunning geheel tegemoetkomend aan de aanvraag van de vreemdeling. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep daardoor geen belang meer heeft en verklaarde het niet-ontvankelijk.
Verder overwoog de Afdeling dat de beslistermijn door de minister rechtmatig met negen maanden was verlengd en dat de minister binnen de termijn van vijftien maanden een besluit had genomen. De minister hoeft daarom geen proceskosten te vergoeden. De vreemdeling stemde in met het besluit, waardoor er geen beroep van rechtswege is ontstaan.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de minister inmiddels een besluit heeft genomen en de aanvraag is ingewilligd.