ECLI:NL:RVS:2024:3808
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure nam de minister alsnog een besluit op de aanvraag, waarbij de aanvraag volledig werd ingewilligd. De vreemdeling gaf aan het hoger beroep in te willen trekken onder de voorwaarde dat zijn proceskosten zouden worden vergoed, maar een dergelijke voorwaardelijke intrekking is niet voorzien in de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen belang meer heeft omdat het besluit inmiddels is genomen binnen de wettelijk verlengde beslistermijn van vijftien maanden. De Afdeling verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Er is geen beroep van rechtswege ontstaan tegen het genomen besluit, zodat verdere behandeling niet nodig was.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de minister binnen de verlengde beslistermijn een besluit heeft genomen.