ECLI:NL:RVS:2024:3817
Raad van State
- Hoger beroep
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis rechtbank en ongegrondverklaring beroep omgevingsvergunning tijdelijke studentenwoningen
Het college van burgemeester en wethouders van Delft weigerde op 3 januari 2020 een omgevingsvergunning voor de transformatie van een kantoorgebouw naar 79 tijdelijke studentenwoningen. De rechtbank verklaarde het beroep van Duin Vastgoed gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij oordeelde dat de vergunning van rechtswege was verleend. Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde vast dat het college in hoger beroep ten onrechte nieuwe argumenten inzake privaatrechtelijke belemmeringen naar voren bracht die niet in eerdere procedures waren ingebracht. Tevens oordeelde de Afdeling dat de rechtbank buiten de grenzen van het geschil was getreden door ambtshalve te toetsen of sprake was van een stedelijk ontwikkelingsproject, terwijl dit niet door partijen was aangevoerd.
Na vernietiging van het vonnis van de rechtbank beoordeelde de Afdeling de beroepsgronden van Duin Vastgoed inhoudelijk. De Afdeling verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat geen toezeggingen of uitlatingen van het college waren gedaan die redelijkerwijs tot het vertrouwen op vergunningverlening konden leiden. Ook vond de Afdeling dat het college en de raad de weigering van de verklaring van geen bedenkingen mochten baseren op het belang van een goede ruimtelijke ordening, gelet op de integrale gebiedsontwikkeling die nog uitgewerkt moest worden.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van het college gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van Duin Vastgoed ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van Duin Vastgoed wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.