AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek tot herziening uitspraak voorzieningenrechter bestuursrecht
Bij uitspraak van 16 mei 2023 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling het verzoek van verzoekster om het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard. Verzoekster heeft vervolgens verzocht om herziening van deze uitspraak, stellende dat de voorzieningenrechter een inhoudelijk onjuist oordeel heeft gegeven en verzoekt de Afdeling opnieuw naar de aangeleverde stukken te kijken.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het verzoek tot herziening beoordeeld aan de hand van artikel 8:119 vanPro de Algemene wet bestuursrecht, dat bepaalt dat een onherroepelijke uitspraak slechts kan worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die voorafgaand aan de uitspraak plaatsvonden, niet bekend waren en bij bekendheid tot een andere uitspraak zouden hebben geleid.
De Afdeling oordeelt dat het verzoek tot herziening niet bedoeld is om het eerder gevoerde debat te heropenen of om onvrede over de uitspraak te uiten. Omdat verzoekster geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die aan de criteria voldoen, wordt het verzoek afgewezen. Tevens hoeft het CAK geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak van de voorzieningenrechter wordt afgewezen.
Uitspraak
202306505/1/A3.
Datum uitspraak: 25 september 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:57 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) op het verzoek van:
[verzoekster], wonend in Amsterdam,
verzoekster,
om herziening (artikel 8:119 vanPro de Awb) van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 16 mei 2023, in zaak nrs. 202206886/1/A3 en 202206886/2/A3 (ECLI:NL:RVS:2023:1897).
Procesverloop
Bij uitspraak van 16 mei 2023, in zaak nrs. 202206886/1/A3 en 202206886/2/A3 (ECLI:NL:RVS:2023:1897) heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling het verzoek van [verzoekster] om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 vanPro de Awb) afgewezen en, met toepassing van artikel 8:86 vanPro de Awb het hoger beroep van [verzoekster] tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 november 2022, in zaak nr. 21/4847 (ECLI:NL:RBAMS:2022:6765) ongegrond verklaard.
[verzoekster] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.
Geen van de partijen heeft binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht op een zitting te worden gehoord, waarna de Afdeling het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb heeft gesloten.
Overwegingen
1. [verzoekster] heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling. Volgens haar heeft de voorzieningenrechter een inhoudelijk onjuist oordeel gegeven. [verzoekster] vraagt de Afdeling opnieuw naar de door haar aangeleverde stukken te kijken.
2. Artikel 8:119, eerste lid, van de Awb luidt:
"De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden."
3. Het bijzondere rechtsmiddel herziening is niet bedoeld om een partij in de gelegenheid te stellen om het eerder al bij de voorzieningenrechter van de Afdeling gevoerde debat te heropenen, nadat is gebleken dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid. Dat [verzoekster] het oneens is met de uitspraak van de voorzieningenrechter is geen grond voor toewijzing van een herzieningsverzoek.
4. Het verzoek om herziening wordt afgewezen.
5. Het CAK hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. Dijkshoorn, griffier.