ECLI:NL:RVS:2024:3888
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel voor teruggekeerde Syriër
De staatssecretaris heeft op 8 maart 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling, mede namens haar minderjarige kinderen, heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 1 mei 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zij stelde onder meer dat het toepasselijke beleid onredelijk was, maar dit werd verworpen op basis van een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2024:3175) waarin het beleid omtrent teruggekeerde Syriërs als juist werd beoordeeld.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.