ECLI:NL:RVS:2024:3891
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat vreemdeling geen reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer naar Syrië
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 13 december 2023 de aanvraag van een Syrische vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling was in 2013 gevlucht naar Saoedi-Arabië, keerde in november 2019 terug naar Syrië en verbleef daar tot maart 2021, waarna hij naar Europa reisde. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de staatssecretaris stelde hoger beroep in.
De Raad van State oordeelde dat het beleid voor teruggekeerde Syriërs, waarbij niet automatisch wordt aangenomen dat er een reëel risico op ernstige schade bestaat, juist is toegepast. De minister heeft de individuele omstandigheden van de vreemdeling zorgvuldig beoordeeld, waaronder zijn vrijwillige terugkeer, het ontbreken van substantiële problemen tijdens het verblijf in Syrië, en het feit dat hij legaal het land in- en uitreisde.
De vreemdeling stelde dat hij vreest voor arrestatie vanwege de dienstplicht van zijn zoons, maar dit werd onvoldoende onderbouwd met objectief verifieerbare feiten. De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de afwijzing van de verblijfsvergunning stand hield.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.