ECLI:NL:RVS:2024:3918
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ambtshalve bepaling uitzetting vreemdeling
De vreemdeling had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om niet ambtshalve te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft. Dit bezwaar werd door de staatssecretaris ongegrond verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, die dit beroep eveneens ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak van de rechtbank stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geconcludeerd dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank is overgenomen zonder verdere nadere motivering, omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank. Tevens is bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 2 oktober 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.