ECLI:NL:RVS:2024:3932
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van bewaring vreemdeling door Raad van State na hoger beroep
De minister van Asiel en Migratie stelde de vreemdeling op 10 augustus 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 22 augustus 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft de motivering van de rechtbank overgenomen en het hoger beroep ongegrond verklaard, omdat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Afdeling ziet ook geen reden om ambtshalve de bewaring onrechtmatig te achten. De uitspraak van de rechtbank wordt daarmee bevestigd en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.