ECLI:NL:RVS:2024:3988
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek overkomst naar Nederland op grond van speciale voorziening voor tolken in Afghanistan
De appellant, een Afghaanse tolk die voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan heeft gewerkt, verzocht de minister van Buitenlandse Zaken om hem en zijn gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. Dit verzoek werd op 17 februari 2023 afgewezen omdat hij niet viel onder de speciale voorziening die op 11 oktober 2021 was vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de afwijzing. In hoger beroep voert appellant onder meer aan dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel en overmacht ten onrechte is verworpen, en dat de termijn van 11 oktober 2021 onredelijk is. De Afdeling overweegt dat appellant in eerste aanleg geen beroep op deze gronden heeft gedaan en dat de termijn niet onredelijk is gelet op eerdere uitspraken.
Verder stelt appellant dat zijn situatie, waaronder onderduiken voor de Taliban, bijzondere omstandigheden oplevert die een uitzondering rechtvaardigen. De Afdeling oordeelt dat deze omstandigheden niet afwijken van andere gevallen en dat de afwijzing niet onevenredig is.
Ook de aangevoerde gronden over het gevaar dat appellant loopt en de handelwijze van de minister zijn reeds in eerdere uitspraken behandeld en bieden geen reden tot afwijking. De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot overkomst naar Nederland bevestigd.