ECLI:NL:RVS:2024:4002
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 24 mei 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 9 september 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 3 oktober 2024 beslist dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 875,00, toe te rekenen aan professionele rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht en volgt eerdere jurisprudentie van de Raad van State. De beslissing beschermt de vreemdeling tegen voortijdige uitzetting en waarborgt zijn recht op een eerlijk proces tijdens het hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.