ECLI:NL:RVS:2024:4004

Raad van State

Datum uitspraak
4 oktober 2024
Publicatiedatum
3 oktober 2024
Zaaknummer
202100645/2/R2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure om omgevingsvergunning

Stichting Groen Kempenland verzocht het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden om gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning voor een veehouderij. Na een langdurige procedure, waarin bezwaren en beroepen werden ingesteld, werd de zaak uiteindelijk door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandeld.

De stichting stelde dat de procedure niet binnen de redelijke termijn was afgerond. De Afdeling stelde vast dat de redelijke termijn van vier jaar was overschreden met ongeveer een jaar en vier maanden, aangezien de procedure liep van 24 januari 2019 tot 22 mei 2024. Deze overschrijding was aan de overheid toe te rekenen, met name door de lange duur van het hoger beroep.

De Afdeling oordeelde dat voor de twee samenhangende zaken slechts eenmaal een forfaitaire schadevergoeding toegekend kon worden, omdat deze gelijktijdig behandeld werden en geen extra frustratie veroorzaakten. De Staat werd veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 1.500,00 en vergoeding van proceskosten van € 437,50 aan de stichting.

Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van € 1.500,00 schadevergoeding en € 437,50 proceskosten aan Stichting Groen Kempenland wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

202100645/2/R2.
Datum uitspraak: 4 oktober 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op een verzoek om schadevergoeding van:
Stichting Groen Kempenland, gevestigd in Netersel.
Procesverloop
Bij uitspraak van 22 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2142, heeft de Afdeling uitspraak gedaan op de hoger beroepen van het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden en de stichting.
In die zaak heeft de stichting verzocht om toekenning van een schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
Geen van de partijen heeft binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht op een zitting te worden gehoord, waarna de Afdeling het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, gelezen in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb heeft gesloten.
Overwegingen
1.       De stichting heeft het college op 26 oktober 2018 verzocht om de op 6 november 2012 aan de veehouderij op het adres [locatie] te Reusel verleende omgevingsvergunning gedeeltelijk in te trekken. Het college heeft daarop op 20 december 2018 besloten het verzoek niet in behandeling te nemen. De stichting heeft daartegen op 24 januari 2019 een bezwaarschrift ingediend. Bij besluit van 2 juli 2019 heeft het college het bezwaar van de stichting gegrond verklaard en het verzoek afgewezen. De stichting heeft daartegen op 24 juli 2019 beroep ingesteld.
Op 13 augustus 2019 heeft de stichting het college verzocht de eerdergenoemde omgevingsvergunning geheel in te trekken. Het college heeft dit verzoek bij besluit van 2 maart 2020 afgewezen. De stichting heeft tegen dat besluit op 6 april 2020 beroep ingesteld.
De rechtbank heeft op 18 december 2020 uitspraak gedaan op beide beroepen. Het college en de stichting hebben (incidenteel) hoger beroep ingesteld. De Afdeling heeft daarop zoals vermeld op 22 mei 2024 uitspraak gedaan.
In dit geval wordt schadevergoeding verzocht voor beide zaken van dezelfde belanghebbende, die vanaf de beroepsfase tegelijk zijn behandeld. Beide zaken gaan over hetzelfde onderwerp. Daarom is niet aannemelijk dat door de tweede zaak extra spanning en frustratie is veroorzaakt. Dat betekent dat in één procedure kan worden volstaan met de vaststelling dat de redelijke termijn is geschonden, en dat voor de twee zaken samen slechts eenmaal het forfaitaire bedrag aan schadevergoeding wordt gehanteerd. Nu de rechtsmiddelen waarmee de procedure in de betrokken zaken is ingeleid, niet tegelijkertijd zijn aangewend, zal ter bepaling van de mate van overschrijding van de redelijke termijn worden gerekend vanaf het tijdstip van indiening van het eerst aangewende rechtsmiddel.
2.       De stichting betoogt terecht dat de procedure niet binnen een redelijke termijn is afgerond. De redelijke termijn bij een procedure als deze bedraagt namelijk vier jaar. In dit geval is deze aangevangen op 24 januari 2019 met de ontvangst door het college van het bezwaarschrift tegen het besluit van 20 december 2018. Vanaf die datum tot 22 mei 2024, de dag waarop de Afdeling uitspraak deed, zijn vijf jaar en bijna vier maanden verstreken. Dit betekent dat de redelijke termijn met een jaar en bijna vier maanden is overschreden. Dit is aan de Afdeling toe te rekenen, omdat de behandeling van het hoger beroep drie jaar en bijna vier maanden heeft geduurd. De Staat der Nederlanden (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) moet daarom een schadevergoeding betalen van € 1500,00.
3.       De Staat moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) om aan Stichting Groen Kempenland een vergoeding van € 1.500,00 te betalen;
II.       veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) tot vergoeding van bij Stichting Groen Kempenland in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 437,50, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.L. Bolleboom, griffier.
w.g. Minderhoud
voorzitter
w.g. Bolleboom
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 oktober 2024
641