ECLI:NL:RVS:2024:2142
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.H. van Breda
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en motivering bij intrekking omgevingsvergunning veehouderij Reusel
De Stichting Groen Kempenland verzocht het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden om intrekking van de omgevingsvergunning voor een veehouderij op een perceel in Reusel, omdat volgens haar gedurende meer dan drie jaar geen dieren waren gehouden. Het college wees dit verzoek af, waarna de stichting beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank vernietigde de besluiten van het college wegens onvoldoende motivering en legde het college op een nieuw besluit te nemen.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat het college bevoegd is om de vergunning geheel of gedeeltelijk in te trekken als gedurende drie jaar of langer minder dieren zijn gehouden dan vergund, niet per stal maar per diercategorie in de inrichting. De Afdeling stelt dat de rechtbank ten onrechte een strikte per-stal benadering hanteerde en verkeerde jurisprudentie toepaste.
De Afdeling vindt dat het college zijn besluit om de vergunning niet in te trekken voldoende heeft gemotiveerd, met name vanwege zwaarwegende planologische belangen omtrent de samenvoeging van veehouderijen en duurzame ontwikkeling op een andere locatie. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart de beroepen van de stichting tegen eerdere besluiten ongegrond en vernietigt het besluit van maart 2021 wegens vervallen grondslag. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de stichting.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen van de stichting tegen eerdere besluiten ongegrond, waarbij het college bevoegd blijft de vergunning niet in te trekken vanwege zwaarwegende belangen.