ECLI:NL:RVS:2024:404
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 22 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 21 november 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 5 februari 2024 dat de tijdelijke bescherming krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming niet per 4 september 2023 kan eindigen, maar doorloopt tot 4 maart 2024. De uitspraak van de rechtbank wordt daarom vernietigd evenals het besluit van de staatssecretaris.
De Raad van State bepaalt dat het aan de staatssecretaris is om te bepalen op welke wijze hij de vreemdeling over het einde van de bescherming informeert. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris dat de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 eindigt wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.