ECLI:NL:RVS:2024:406
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 23 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de tijdelijke bescherming die de vreemdeling geniet krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming geboden is en dat deze bescherming niet eerder kan eindigen dan de in de richtlijn aangegeven termijn, namelijk 4 maart 2024. De eerdere uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris zijn daarom vernietigd.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris zelf moet bepalen op welke wijze hij de vreemdeling informeert over het einde van de tijdelijke bescherming. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit van 23 augustus 2023 tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.