ECLI:NL:RVS:2024:4094
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot zorgtoeslag en terugvordering wegens nabetaling UWV
De Belastingdienst/Toeslagen had het voorschot zorgtoeslag van appellant over 2022 bij besluit van 21 oktober 2022 herzien en vastgesteld op nihil, omdat het geschatte toetsingsinkomen van appellant was gestegen naar €47.000, mede door een nabetaling van het UWV van bruto €31.102,13. Dit leidde tot een terugvordering van €1.112 aan ten onrechte ontvangen voorschotten.
Appellant voerde aan dat de nabetaling betrekking had op eerdere jaren (2017-2020) en daarom niet bij het toetsingsinkomen van 2022 betrokken mocht worden, en betoogde dat de terugvordering onterecht was. De rechtbank wees het beroep af en stelde dat de nabetaling als inkomen in 2022 moet worden meegeteld en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om de terugvordering te matigen.
De Raad van State bevestigt dit oordeel. De nabetaling vond in 2022 plaats en maakt deel uit van het toetsingsinkomen over dat jaar. Het beleid in het Verzamelbesluit Toeslagen laat alleen bij bijzondere omstandigheden matiging van terugvordering toe, welke hier niet aanwezig zijn. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van het voorschot zorgtoeslag en terugvordering blijven in stand.