ECLI:NL:RVS:2024:410
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloot op 23 augustus 2023 dat het recht op tijdelijke bescherming van een vreemdeling, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, per 4 september 2023 zou eindigen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 21 november 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 5 februari 2024 dat de tijdelijke bescherming krachtens de richtlijn geboden is en niet per 4 september 2023 kan eindigen. De tijdelijke bescherming loopt van rechtswege door tot 4 maart 2024. De Afdeling vernietigde daarom het besluit van de staatssecretaris en de uitspraak van de rechtbank.
De staatssecretaris is tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die volledig toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De Afdeling benadrukte dat het aan de staatssecretaris is om te bepalen hoe de verlenging van de tijdelijke bescherming aan de vreemdeling wordt meegedeeld.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris dat de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 eindigt wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.