ECLI:NL:RVS:2024:4107
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake uitstel van vertrek vreemdelingen
De minister van Asiel en Migratie heeft bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 22 augustus 2024. Deze uitspraak betrof beroepen van twee vreemdelingen tegen besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun aanvragen om uitstel van vertrek waren afgewezen.
De rechtbank had het beroep van vreemdeling 2 ongegrond verklaard en dat van vreemdeling 1 gegrond, waarbij het besluit van 1 februari 2024 werd vernietigd en de minister werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. De minister stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het verzoek geen spoedeisend belang bevatte en wees het verzoek daarom af. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdelingen, die waren gemaakt voor rechtsbijstand door een derde.
De uitspraak werd gedaan door mr. J.C.A. de Poorter, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.C. Lodeweges, griffier, op 11 oktober 2024.
Uitkomst: Het verzoek van de minister om een voorlopige voorziening te treffen wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.