ECLI:NL:RVS:2024:4119
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning voor bootoverkappingen wegens onjuiste kwalificatie als bouwwerk geen gebouw
Het college van burgemeester en wethouders van Katwijk verleende een omgevingsvergunning voor de bouw van twee bootoverkappingen in Valkenburg. De vergunning kwalificeerde deze overkappingen als bouwwerken, geen gebouw zijnde, en achtte ze in overeenstemming met het bestemmingsplan "Valkenburg Dorp".
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt echter dat de bootoverkappingen wel als gebouwen moeten worden aangemerkt. Dit volgt uit de definitie van gebouw in artikel 1.58 van de planregels, waarbij de toegankelijkheid voor mensen en de afmetingen van het bouwwerk doorslaggevend zijn. De overkappingen zijn toegankelijk vanaf de steiger en het water, ondanks dat zij deels ingeschoven moeten worden.
Omdat het bestemmingsplan alleen bouwwerken, geen gebouw zijnde, toestaat op de bestemming "Water", is de verleende vergunning in strijd met artikel 2.10, eerste lid onder c, van de Wabo. De rechtbank had dit niet onderkend en de Afdeling vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en het besluit van het college. Het college moet bij een nieuw besluit onder meer beoordelen of een afwijking van het bestemmingsplan mogelijk is en of de juiste procedure is gevolgd.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het besluit en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: De omgevingsvergunning voor de bootoverkappingen wordt vernietigd omdat deze onterecht als bouwwerk geen gebouw zijnde zijn aangemerkt.