Uitspraak
200608501/1, de buitenmaten van het bouwwerk van doorslaggevende betekenis. De omvang van de speelhut laat toe deze te betreden en de speelhut is dan ook toegankelijk voor mensen. Hieruit volgt dat de speelhut als gebouw dient te worden aangemerkt en het geen speeltoestel als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onder a, van het Bblb betreft. Aangezien voorts niet is gebleken dat anderszins sprake is van bouwen van beperkte betekenis als bedoeld in artikel 43 van Pro de Woningwet was voor de speelhut een bouwvergunning vereist.