ECLI:NL:RVS:2024:4193
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De vreemdeling heeft bij besluit van 9 september 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 7 oktober 2024 dit beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter van de Raad van State heeft het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening behandeld. Uit de overwegingen blijkt dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat deze op goede gronden is genomen. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen en het hogerberoepschrift bevat geen vragen die voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.M. Willems op 16 oktober 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening van de vreemdeling worden afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.