ECLI:NL:RVS:2024:4212
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door minister en rechtbank
De minister van Asiel en Migratie stelde de vreemdeling op 27 augustus 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 september 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. Tevens is een relevante rechtsvraag omtrent de informatieplicht van de minister reeds eerder beantwoord in een uitspraak van 24 juli 2024. De Afdeling ziet geen reden om het eerdere oordeel te wijzigen.
Ambtshalve acht de Afdeling de bewaring rechtmatig en verklaart het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer op 23 oktober 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd.