ECLI:NL:RVS:2024:4215
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hoger beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie heeft op 2 augustus 2024 besloten een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 8 oktober 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het hoger beroep beoordeeld en de motivering van de rechtbank overgenomen, waarbij werd vastgesteld dat het hogerberoep geen nieuwe vragen bevat die voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling beantwoord moeten worden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de minister werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd op 18 oktober 2024 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter J.J.W.P. van Gastel.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.