ECLI:NL:RVS:2024:4357
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak inzake afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 7 september 2024 werd afgewezen. De vreemdeling ging in beroep bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, die op 16 oktober 2024 het beroep gegrond verklaarde, het besluit van de minister vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft echter geoordeeld dat het hoger beroep geen nieuwe gronden bevat die beantwoording behoeven in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarom bevestigt de Afdeling de uitspraak van de rechtbank zonder verdere motivering.
De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bepaalt dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. Hiermee blijft het oordeel van de rechtbank dat het oorspronkelijke besluit van de minister niet in stand kan blijven, gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.