ECLI:NL:RVS:2024:437
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak bewaring vreemdeling wegens overschrijding uitspraaktermijn en toekenning schadevergoeding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 11 januari 2024 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring op 30 januari 2024 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State constateerde dat de rechtbank de uitspraak te laat deed, aangezien de uitspraaktermijn op 29 januari 2024 eindigde en de uitspraak pas op 30 januari 2024 volgde. Hierdoor werd de maatregel van bewaring met ingang van 30 januari 2024 onrechtmatig. De overige aangevoerde grieven faalden omdat zij geen nieuwe rechtsvragen bevatten.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond, en bepaalde dat de bewaring met ingang van 2 februari 2024 wordt opgeheven. Tevens werd aan de vreemdeling een schadevergoeding van €400 toegekend voor de onrechtmatige bewaring en werden de proceskosten van €2.625 aan de vreemdeling toegewezen.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt opgeheven wegens overschrijding van de uitspraaktermijn en een schadevergoeding wordt toegekend.