ECLI:NL:RVS:2024:4372
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit dispensatie algemeenverbindendverklaring cao beveiligingsbranche
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid had bij besluiten van 20 en 22 oktober 2021 verzoeken van werkgeversverenigingen VVNL en De Unie om dispensatie van algemeenverbindendverklaring van cao-bepalingen afgewezen. Na bezwaar verleende de minister op 5 oktober 2022 gedeeltelijke dispensatie, maar de rechtbank vernietigde dit besluit wegens motiverings- en zorgvuldigheidsgebreken en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat de minister ten onrechte heeft aangenomen dat alle VVNL-leden specifieke bedrijfskenmerken hebben die op essentiële punten verschillen van ondernemingen die onder de algemeenverbindend verklaarde cao’s vallen. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom dispensatie voor alle VVNL-leden gerechtvaardigd is, mede omdat het besluit tegenstrijdig is met een ander dispensatiebesluit van 15 december 2022.
De Afdeling bevestigt dat de minister een zelfstandig oordeel moet vormen over de motivering van dispensatieverzoeken en de betwisting daarvan, en dat de minister niet zonder meer de motivering van de dispensatieverzoeker mag overnemen. De Afdeling verklaart het hoger beroep van de NVB en anderen gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het bezwaar tegen de oorspronkelijke besluiten ongegrond. Tevens vernietigt zij het latere besluit van 2 februari 2024 en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de besluiten tot dispensatie wordt ongegrond verklaard en het besluit van 2 februari 2024 wordt vernietigd.