ECLI:NL:RVS:2024:4410
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door Raad van State na ongegrond beroep
De minister van Asiel en Migratie heeft op 9 september 2024 besloten om de vreemdeling in bewaring te stellen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht. De rechtbank heeft op 20 september 2024 het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze heeft de motivering van de rechtbank overgenomen en geoordeeld dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden.
De Afdeling bestuursrechtspraak ziet geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaart het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd.