Eiser, van Algerijnse nationaliteit, werd op 9 september 2024 opnieuw in bewaring gesteld nadat zijn asielaanvraag was afgewezen. Hij stelde dat de omzetting van de eerdere maatregel te laat had plaatsgevonden en dat de minister niet aan de informatieplicht had voldaan.
De rechtbank oordeelde dat de onrechtmatigheid van de eerdere maatregel niet was vastgesteld en dat het gebrek aan schriftelijke informatievoorziening niet ernstig genoeg was om de bewaring onrechtmatig te verklaren. De zware gronden voor bewaring, waaronder het illegaal binnenkomen en het niet meewerken aan het vaststellen van identiteit, waren feitelijk juist en voldoende gemotiveerd.
Ook het beroep dat een lichter middel had moeten worden toegepast werd verworpen, omdat er een reëel risico was op onttrekking aan toezicht en de medische situatie van eiser was besproken en adequaat behandeld. De rechtbank concludeerde dat de maatregel rechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.