ECLI:NL:RVS:2024:4420
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 15 februari 2024 de asielaanvraag van de vreemdeling af en legde een inreisverbod op. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 21 oktober 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het hoger beroep nader onderzoek vereist en dat de voorlopige voorziening noodzakelijk is omdat de procedure zich niet leent voor een volledige beoordeling. Daarom werd bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Deze voorlopige voorziening waarborgt dat de vreemdeling gedurende de beroepsprocedure niet wordt geconfronteerd met uitzetting en dat hij recht heeft op opvang en verstrekkingen. De uitspraak werd gedaan op 30 oktober 2024 door voorzieningenrechter C.C.W. Lange.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.