ECLI:NL:RVS:2024:4421
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep en voorlopige voorziening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 30 mei 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, die op 16 oktober 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Raad van State heeft het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening behandeld. De motivering van de rechtbank werd overgenomen, en het hoger beroep werd ongegrond verklaard omdat het geen nieuwe vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
De uitspraak bevestigt daarmee het eerdere oordeel dat de aanvraag van de vreemdeling terecht is afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.C.W. Lange op 30 oktober 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.