ECLI:NL:RVS:2016:2562
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Veroordeling college Leiderdorp tot vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn
Het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp wees verzoeken van appellanten om nadeelcompensatie af na het verlenen van een bouwvergunning en ontheffing voor een jongerenontmoetingsplaats. De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond en vernietigde de besluiten van het college, maar liet de rechtsgevolgen van die besluiten in stand. De appellanten stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat er geen rechtstreeks oorzakelijk verband bestond tussen de bouwvergunning en de gestelde waardevermindering van de woningen, waardoor het college terecht de nadeelcompensatie had afgewezen. Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar en het beroep was overschreden met negen maanden, waardoor het college aansprakelijk is voor immateriële schadevergoeding.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan de appellanten. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover het college niet was veroordeeld tot deze vergoedingen, en bevestigd voor het overige. De Afdeling legde een schadevergoeding van €1.000 per persoon op wegens immateriële schade en vergoedde proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp is veroordeeld tot betaling van immateriële schadevergoeding en proceskosten wegens overschrijding van de redelijke termijn.