ECLI:NL:RVS:2024:4455
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep en voorlopige voorziening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 13 mei 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 september 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Raad van State heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank is overgenomen en het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen omdat het hoger beroep geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.