ECLI:NL:RVS:2024:4463
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 19 april 2023 de aanvragen van twee vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 6 juli 2023 hun beroepen ongegrond verklaarde. Vervolgens stelden zij hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het aan de vreemdelingen is om aannemelijk te maken dat de door hen gestelde dreiging nog steeds actueel is. De rechtbank heeft ook terecht geoordeeld dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de bedreigingen na 2012 tegen de vader van de vreemdelingen niet geloofwaardig zijn, mede omdat de vreemdelingen zijn teruggekeerd naar Irak en verklaringen over de periode na terugkeer zijn betrokken.
Het hogerberoepschrift bevat geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, zodat verdere motivering niet nodig is. De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond, bevestigt de uitspraak van de rechtbank en bepaalt dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.