ECLI:NL:RVS:2024:4465
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging niet-ontvankelijkheidsbesluit verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 12 maart 2024 verklaarde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 16 mei 2024 het besluit vernietigde wegens een zorgvuldigheids- of motiveringsgebrek en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Raad oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is omdat het hogerberoepschrift geen relevante rechtsvragen bevat die de uitspraak van de rechtbank zouden moeten wijzigen. Het geconstateerde gebrek is eenvoudig te herstellen bij de nieuwe besluitvorming.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op € 875,00, toe te rekenen aan professionele rechtsbijstand. De uitspraak werd uitgesproken op 6 november 2024 door de enkelvoudige kamer.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.