ECLI:NL:RVS:2024:4467
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 16 december 2022 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, legde hem een vertrekopdracht op en vaardigde een inreisverbod uit. Na een aanvullend besluit op 20 juni 2024 motiveerde de staatssecretaris dit besluit nader.
De rechtbank verklaarde op 4 oktober 2024 het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde de besluiten en beval de minister om de verblijfsvergunning te verlenen en de registratie van het terugkeerbesluit en het inreisverbod te verwijderen. De minister stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank in stand blijft en besloot daarom dat de minister de uitspraak niet hoeft uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.